Sinds 2024 train ik mensen hoe ze kunnen bijdragen aan energierechtvaardigheid. Het onderwerp gaat me aan het hart. Een rechtvaardige samenleving is namelijk nog ver te zoeken.
Rechtvaardigheid is een woord dat we allemaal kennen. Het komt steeds vaker terug in beleidsstukken, in het nieuws en ook binnen de energietransitie. Maar wat bedoelen we er precies mee? En wanneer is iets eigenlijk onrechtvaardig?
In deze nieuwsbrief:
- Onderzoek ik de invulling van het woord ‘rechtvaardigheid’
- Deel ik wat volgens mij helpt om het concreter te maken
- Geef ik je een werkblad waarmee je je overtuigingen onderzoekt
Eén woord, veel overtuigingen
Over wat rechtvaardig is, en wat niet, verschillen de meningen. Iedereen heeft er eigen associaties bij. Ik merk dit ook in de trainingen die ik geef. Wat de één rechtvaardig vindt, kan voor een ander juist onrechtvaardig voelen. Het hangt af van je wereldbeeld. Een deel daarvan is bewust: je weet wat je belangrijk vindt, en waarom. Maar een groot deel van wat maakt dat je iets (on)rechtvaardig vindt, leeft in je onderbewuste. Overtuigingen die zijn gevormd door je opvoeding, je opleiding, de media die je volgt en de mensen met wie je je omringt.
Ik las in de essaybundel Reflecteren op rechtvaardigheid dat veel ambtenaren het aan de politiek vinden om te bepalen wat rechtvaardig is. Daar ben ik het deels mee eens. Het zou inderdaad helpen als politici, bestuurders, beleidsmakers expliciet maken wat zij rechtvaardig vinden. En dan niet in abstracte termen, die ruimte laten aan verschillende interpretaties (zoals ‘rechtvaardigheid is meedoen’).
Rechtvaardigheid wordt steeds meer een containerbegrip; soms voelt het als een lege huls. Ook wanneer ik in mijn opdrachten over het onderwerp vertel, voel ik me soms ongemakkelijk.
Klink ik dan net als de politici die verkondigen met rechtvaardigheid bezig te zijn, maar er geen invulling aan geven, en er dus precies niets mee doen?
Concreet maken
Heeft rechtvaardigheid nieuwe taal nodig? In zekere zin wel. En dan bedoel ik niet een nieuwe term, maar dat we concreter worden. Dat we woorden kunnen gebruiken die beeldend zijn, en precies.
Gaat het over eerlijkheid, solidariteit, ongelijk investeren voor gelijke kansen, of dat de grootste schouders de zwaarste lasten dragen? Om dat te kunnen benoemen, moet je eerst helder hebben wat jouw wereldbeeld is, en welke overtuigingen een rol spelen in je leven.
En als je dat dan vindt als politicus, maak het dan maar expliciet. Beken kleur en kom ervoor uit. Ga in gesprek, ook als dat ongemakkelijk is. Want rechtvaardigheid vraagt dat we andere perspectieven uitnodigen. En dat begint bij weten door welke bril je zelf kijkt, en je daarover durven uitspreken.