De uitdaging

Er gaat veel aandacht naar energierechtvaardigheid. Dat is goed, maar het begrip blijft te abstract om het in de dagelijkse praktijk op een gestructureerde manier mee te nemen in besluitvorming, beleid en uitvoering. Ambtenaren en bestuurders weten niet goed hoe ze het begrip kunnen vertalen naar dagelijkse afwegingen. Ondanks beschikbare literatuur en instrumenten ontbreekt een gemeenschappelijke taal en concreet handelingsperspectief.

Het team

Aylin Özalp (zij/haar)

Transitiemaker

Ella van Dansik (zij/ haar)

Transitiemaker

Rashi Mor (zij/haar)

Transitiemaker

Rosa Peper (zij/haar)

Transitiemaker

Partner(s)

De vraag

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Energy Innovation NL Systeem Integratie (TSE SI) vroegen ons om energierechtvaardigheid structureel te verankeren in beleid en uitvoering op lokaal en regionaal niveau. Dat vraagt om aansluiting bij de belevingswereld van ambtenaren, bestuurders en professionals: welke vraagstukken leven er in de praktijk, en welke interventies helpen echt?

Onze oplossing

We hebben ervaring met wijkaanpakken, energietransitietrajecten en lerende programma’s. En we hadden al contact met meer dan vijftig gemeente- en provincieambtenaren via eerdere trainingen energierechtvaardigheid. Ook bouwden we eerder leidende principes voor een rechtvaardige energietransitie. 

Met deze kennis in ons achterhoofd vertalen we energierechtvaardigheid naar herkenbare, dagelijkse afwegingen: de vijf meest prangende onrechtvaardigheden. Hiervoor zetten we drie methoden in die elkaar versterken: Deep Democracy (ruimte voor alle perspectieven, ook minderheidsstemmen), ontwerpend onderzoek (iteratief ontwerpen en toetsen met de doelgroep) en reflexieve monitoring in actie (structureel leren en bijsturen). We verbinden de systeemwereld van beleid met de leefwereld van uitvoering. En op zo’n manier dat het een actief lerende verbinding blijft.  

Onze aanpak herzien

In de oorspronkelijke aanpak legden we de nadruk op een gefaseerd, lineair traject: eerst verkennen, dan co-creëren, dan netwerk opbouwen. In de uitvoering blijkt dat netwerkontwikkeling eerder moest beginnen om gedragen resultaten mogelijk te maken. Het netwerk is daarom direct bij de start van het traject opgestart, zodat kennisdeling en betrokkenheid van partijen al in fase 1 en 2 verankerd zijn. De klankbordgroep speelt hierin een actieve rol vanaf de start. 

  • Verkennen en selecteren

    We starten met een brede verkenning van onzichtbare en structurele onrechtvaardigheden in het Nederlandse energiesysteem. Via deskresearch en verdiepende interviews brengen we patronen in kaart. Op basis hiervan selecteren we samen met de klankbordgroep de meest urgente en beïnvloedbare onrechtvaardigheden.
  • Co-creatief actieonderzoek

    Per geselecteerde onrechtvaardigheid organiseren we twee co-creatieve werksessies met relevante actoren. In de eerste sessie ontwikkelen we samen oplossingsrichtingen; in de tweede toetsen en verfijnen we die. De uitkomsten vormen per thema een handelingsperspectief. Zowel gericht op de systeemwereld als de leefwereld. We gaan uit van drie onrechtvaardigheden, maar passen de aanpak aan op wat fase 1 oplevert.
  • Opzetten landelijk netwerk

    Parallel bouwen we een landelijk dekkend leer- en actienetwerk. We verbinden bestaande netwerken en initiatieven, organiseren thematische actie-leerbijeenkomsten en maken de aanpak overdraagbaar. We sluiten af met een eindbijeenkomst voor het volledige netwerk en een plan voor continuering na afloop van de opdracht.

(Verwachte) impact

Het eindproduct is een handelingsrepertoire voor beleidsmakers, bestuurders, politici en anderen in het veld. Hierin hebben we verschillende perspectieven op energierechtvaardigheid uitgewerkt tot concrete verhaallijnen, spanningen en handelingsopties voor de praktijk. Energierechtvaardigheid wordt een herkenbaar en werkbaar begrip in de dagelijkse beleidspraktijk. De co-creatief ontwikkelde verhaallijnen en handelingsperspectieven zijn overdraagbaar en inzetbaar in andere contexten.  

Het landelijk netwerk verbindt uitvoerders over domein- en schaalgrenzen heen en zorgt voor structurele kennisdeling ook na afloop van het project. De wisselwerking tussen lokale praktijkervaringen en rijksbeleid wordt actief gevoed, waardoor rechtvaardigheid niet bij woorden blijft maar beweging in gang zet.