Project 2025 - nu

LVVN | De Veluwse tussenruimte

Voedsel en landbouw Duurzame strategieën & beleid Mensen verbinden & begeleiden

De uitdaging

Op de Veluwe is de opgave rond stikstof, natuur en waterkwaliteit groot. LVVN wil hierin meer betekenen, maar in het gebied gebeurt al veel. We onderzoeken de zogenaamde 'tussenruimte': de cruciale laag tussen beleidsmakers en de mensen in de praktijk. In deze ruimte proberen 'verbinders' beleid en praktijk te laten aansluiten. Hoe ziet dat ecosysteem eruit en hoe kan de overheid dat beter faciliteren? Wie zijn de belangrijkste spelers? Hoe verhouden zij zich tot elkaar? Welke potentie hebben zij om bij te dragen aan de gebiedsopgaven? En wat hebben zij nodig om verder te komen?

Het team

Heleen Prins (zij/haar)

Transitiemaker

Vincent Oberdorf (hij/ hem)

Transitiepionier

Partner(s)

Onze oplossing

We begrijpen hoe bottom-up netwerken in het landelijk gebied werken, met boeren in de lead. We slaan de brug tussen systeemwereld en leefwereld, tussen overheid en initiatief van onderop. En we hebben ervaring met gebiedsgerichte innovatie – precies waaraan LVVN behoefte heeft.

Belangrijkste bevindingen:

De Veluwe is geen homogeen gebied. De vier deelgebieden (Gelderse Vallei, Noord-Veluwe, Agrarische enclave en IJsselvallei) hebben door eigen kenmerken en opgaven hun eigen aanpak nodig. Wat werkt in de ene regio, werkt niet automatisch in de andere.

Er is veel potentie van initiatief van onderop, maar gebrek aan langetermijnzekerheid over systemische kaders houdt vordering tegen. Initiatieven willen experimenteren en innoveren, maar hebben duidelijkheid nodig over spelregels en randvoorwaarden.

De bovenlaag heeft een cruciale rol. Ten eerste: duidelijke systemische kaders en uitgangspunten communiceren. Ten tweede: beter worden in het faciliteren van de tussenruimte waarin oplossingen van gebiedsopgaven ontwikkeld kunnen worden.

Een concrete les: het is cruciaal om een gezamenlijke definitie en praktijk te ontwikkelen voor ‘experimenteerruimte’. Wat betekent dat nou echt? Welke ruimte is er? En hoe zorgen we dat initiatieven daar ook gebruik van kunnen maken?

Opschaalbaar en elders toepasbaar?
Absoluut. De aanpak – het in kaart brengen van de tussenruimte, het begrijpen van bottom-up ecosystemen, het verbinden van leefwereld en systeemwereld – is overal toepasbaar waar gebiedsopgaven spelen. Het Tompouce-model biedt een heldere methodiek om te kijken naar transities op verschillende niveaus en te begrijpen waar versnelling nodig is.

  • Inventariseren

    We brachten sleutelinitiatieven en sleutelpersonen in kaart die cruciaal zijn voor de gebiedsopgaven. Via de sneeuwbalmethode voerden we interviews en vervolginterviews. Zo kregen we steeds beter zicht op wie er toe doet en hoe het netwerk in elkaar steekt. Het Tompouce-model was hierbij onze kapstok. Dit model helpt om te begrijpen hoe transities op verschillende niveaus (leefwereld, instituties, systeem) werken.
  • Analyseren

    We kregen dieper inzicht in het ecosysteem, de onderlinge relaties en de dynamiek tussen initiatieven. We deelden het gebied op in subgebieden met eigen kenmerken en gaven ruimte aan ongehoorde geluiden en briljante mislukkingen – want daar zit vaak net zoveel leerwaarde. We brachten de potentie van de belangrijkste initiatieven in kaart en analyseerden welke rol zij kunnen spelen in het oplossen van gebiedsopgaven.
  • Samen aan het werk

    We sloten af met twee concrete werksessies waarin we mensen uit de bovenlaag (overheden, beleid) en spelers uit de tussenruimte (gebiedsinitiatieven) bij elkaar brachten. Het doel: elkaar beter begrijpen en versnelling mogelijk maken.