De oogst #4: Bijna weer zomer op De Patrijs

duurzame landbouw voedseltransitie volhoudbare landbouw Voedsel en landbouw

Johannes Regelink (hij/ hem)

Transitiepionier

Aylin Özalp (zij/haar)

Transitiemaker

De oogst #4

De dagelijkse transitiepraktijk is weerbarstig – en mateloos interessant. Een aantal van onze transitiemakers pioniert in die praktijk. De een zet een burgerboerderij op, de ander een biologische zelfoogsttuin. Er ontstaat een nieuwe leefgemeenschap en er wordt circulair zelfgebouwd. En dan is er nog Squarewise zelf: steward owned and learning.  

Onze inzichten, lessen en ervaringen delen we maandelijks in ‘De oogst’. Elk seizoen checken we in bij onze collega’s die – veelal letterlijk – met hun voeten in de modder staan. Deze editie: zomer op De Patrijs. Het seizoen waarin alles in het licht komt te staan. Dat wat je hebt opgebouwd in de eerste helft van het jaar. En ook dat wat niet kloppend of passend (meer) is.

Johannes nam in 2021 een traditioneel melkveebedrijf over in Laren (Gelderland) om die in een agro-ecologische burgerboerderij te transformeren. Die staat er nu, en ontwikkelt razendsnel door: 1500 burgers zijn en doen regelmatig hun boodschappen in het verslokaal. Er is een kaasmakerij op het erf, en een team van vrijwilligers en betaalde krachten dat bergen werk verzet. ‘In de zomer vliegt het werk je om de oren.’

Vorige keer spraken we Johannes midden in de drukte van de zomer. Nu lopen we in mei over het erf, in het seizoen waarin die drukte nog moet beginnen. ‘Ik ben nu de drukte van het veldseizoen aan het voorbereiden: mest op het land, en de koeien naar buiten,’ vertelt hij.

 

Van drijfmest naar vaste mest

Op het erf is net drijfmest uitgereden: het mengsel van vaste mest en urine dat in de stal ontstaat. Het liefst zou Johannes daar helemaal vanaf: een systeem met alleen vaste mest, waarin stro en mest gemengd zijn en urine apart wordt opgevangen in de put. ‘Urine heeft meer stikstof, vaste mest meer koolstof,’ legt hij uit. Sinds dit jaar mag dat anders: omdat De Patrijs vorig jaar aan de regels voldeed, is er toestemming om mest ook bovengronds uit te rijden. Nu snijdt de loonwerker nog met een mes door de bodem om de mest erin te leggen, een zware bewerking die de bewortelbaarheid van de bodem aantast en de bodem verdicht. Straks kan het met een tankje, uitgesproeid over het land. Een kleine aanpassing in de regelgeving, met grote impact op de bodem eronder.

Kalfjes bij een pleegmoeder: het vervolg

Vorige zomer vertelden we over het plan: kalfjes die niet in een eenlingbox opgroeien, maar bij een pleegmoederkoe. Inmiddels staat het plan er, letterlijk. Een nieuw hok met drie ligboxen voor de moeder en een strohok voor de kalveren, met een stang ertussen. De kalveren kunnen naar de moeder wanneer ze willen, de moeder niet altijd naar hen. Dat geeft rust. Gemiddeld drie kalfjes per pleegmoeder.

‘Hoe beter kalveren de kalverperiode doorkomen, hoe meer melk ze twee jaar later geven,’ zegt Johannes. Eigenlijk zouden kalfjes het liefst altijd bij hun eigen moeder blijven, maar dat kan nog niet. De stal is er niet op ingericht, en de moeder ‘laat de melk niet schieten’ als het kalf erbij loopt, wat de melkproductie in de hele lactatie drukt. Het pleegmoedersysteem is het tussenstation: minder stress voor het kalf, en kalveren die door het nadoen van de moeder veel eerder ruwvoer gaan eten en daardoor harder groeien.

De stal die straks helemaal pleegmoederstal wordt, staat nu nog vol jongvee. Dat moet eerst naar een andere boer verhuizen. Ook dat kost geld, en geld verdien je op De Patrijs met kaas. Eerst dus meer kaas verkopen, dan de stal vrijmaken.

Toen de koeien opeens te veel melk gaven

Precies daarom werd dit voorjaar ook duidelijk hoeveel melk goed is. Er ontstond een piek in afkalvende koeien, de melkproductie schoot omhoog, en de kaasmakers konden het niet meer verwerken. Het overschot afvoeren kost alleen maar geld. Voor melkveehouder Luuk was dat een nieuw perspectief, vertelt Johannes: ‘Eerder ging het er vooral om zoveel mogelijk melk te produceren. Nu bleek dat je ook te veel kunt produceren.’ Er werden koeien afgevoerd, de norm werd vastgesteld op zo’n 1500 liter per dag, en inmiddels komen er weer elf nieuwe koeien bij. Een boerderij die op de kaasmakerij is afgestemd, vraagt om een andere norm dan een boerderij die alles aan de melkfabriek levert. Een les die je vooral in de praktijk leert.

Hazelnootbomen en voederhagen

Vorig najaar plantten we, samen met een groep kinderen tijdens de Nationale Boomfeestdag, de eerste hazelnootbomen met voederhagen eronder: aalbes, beuk, linde, wilg, els, haagbeuk en es, bewust een diverse haag. Nu, in de lente, moet het raster er nog omheen. Geen kleine puzzel. De koeien moeten wel bij de voederhaag kunnen, maar niet bij de hazelnootbomen zelf, en er moet ook nog gemaaid kunnen worden. Rond de bomen staan inmiddels vier palen, waar binnenkort draad tussen gespannen wordt. Met een beetje geluk kunnen de koeien er begin juli al bij. Op de lange termijn geven de hazelnootbomen, eenmaal volwassen, waarschijnlijk te veel schaduw voor de hagen eronder. Maar dat probleem is voor later. Eerst dit raster af.

Wat opvalt aan dit seizoen: veel van wat je in de zomer ziet, is in de lente al voorbereid. Het raster om de hazelnootbomen, de nieuwe pleegmoederstal, de norm voor de melkproductie: het is nu nog onzichtbaar werk. Maar het bepaalt straks hoe de zomer eruitziet.

Tot in de zomer.